Een ideaal opvanghondje

 

 

 

 

 

 

Iedereen die wel eens honden opvangt, weet dat het kan verkeren. Die ene stakker, die zo zielig kijkt en die perfect in je huishouden lijkt te passen de eerste week, ontpopt zich tot onhandelbare blaffer en steler van boterhammen, terwijl het chagrijnig uitkijkende, naar verzorgers happende booswicht eenmaal in huis een lieftallig doetje blijkt.
Debbie schreef een paar weken geleden (hier linkje: http://greyhoundfriends.nl/honderduit/honderduit-2/) over ‘ons Mali’: de opvanger, die is blijven hangen, omdat we na een jaar proberen er geen vertrouwen meer i

n hadden dat ze plaatsbaar zou blijken. We houden heel veel van haar, maar een makkelijk hondje? Neen. En ze leek zo lief en zacht en schattig (en dat is ze vaak ook wel, heus). In het zelfde stuk heeft Debbie het ook over het andere uiterste: een hondje dat we even opgevangen hebben, maar dat zo ontzettend makkelijk en leuk bleek dat het werkelijk overal welkom zou zijn. Dit vreemd gevormde Roemeense ukkie was met een pup gevonden op het Roemeense platteland. Daarom heette ze Mama – tot in haar paspoort aan toe – maar dat klinkt natuurlijk niet op straat: ‘Mama, kom! Mama, niet midden op straat poepen!’. Dus we hernoemden haar tot Marie, wat vrijwel direct Marietje werd, want ze is echt heel klein. Zelfs dwergpoedel Japie is een forse kerel naast haar…

 

Toen we haar overhandigd kregen van het – uitermate nette en professionele – transport zagen we niet precies hoe ze er uit zag. Het was 6 uur ’s ochtends en het was donker in de kattenreismand. Maar thuisgekomen werd duidelijk dat Roemenië met het enorme straathondenprobleem echt een smeltkroes van hondenrassen is geworden. Marietje heeft een Chihuahua koppie, met een veel te lang, teckelachtig lijfje en een kont die hoger staat dan de voorkant. Door de black-and-tan tekening lijkt ze ook wel een mini-Rottweiler. Zo noemden we haar dus ook regelmatig.
Marietjes verdedigingsmechanisme tegen nieuwe indrukken is stil staan en niets doen. De eerste dagen was ze niet van haar plek te krijgen. Als we haar mee naar buiten namen, het zelfde liedje: ze bleef net zo lang koppig stilstaan tot we haar weer oppakten. Pas thuisgekomen vond ze het plas- en poeptijd (binnen dus). Maar toen er niks akeligs gebeurde en al die huisgenoten (drie katten, drie andere honden en twee mensen) rustig en zonder confrontaties om haar heen bleken te leven, ging het na een paar dagen beter. De pootjes gingen aan, bijna alsof ze een schokje kreeg, en vanaf dat moment liep ze met Omar en Mali mee en deed (meestal) haar behoefte buiten. Binnen een week was ze volledig geïntegreerd en kwam ze op schoot zitten, speelde ze enthousiast (en met veel schel kabaal) en deed ze met alles mee. Van volledig gesloten en immobiel hondje naar ideaal huisgenootje in een week.

 

 

 

Inmiddels is ze geadopteerd door een zeer liefdevol baasje, die precies goed met haar omgaat: een gouden combinatie. En wij kijken nog regelmatig terug op dit ideale opvanghondje: lief, gezellig, makkelijk en enorm schattig!
En nu voel ik me schuldig jegens Mali, we roddelen wel veel over haar boevenstreken en uitvreetgedrag… Ik ga haar een knuffel geven!