Het chagrijnige mannetje

Op Facebook krijg je dagelijks zo handig de herinneringen uit eerdere jaren over diezelfde dag. Afgelopen week kwam een heel verlegen en bezorgd, brindle galgokopje langs in mijn facebookherinneringen. Mali was aangekomen op het vliegveld. Het was haar Gotchaday dus eigenlijk! Alhoewel het ons een jaar als pleegouders kostte om erachter te komen dat ze bij ons hoorde. Met drie honden en een doorlopende stroom aan stokoude katten (neenee, maar 2 à 3 per keer) was het huis daarmee vol.
Drie jaar lang is er geen nieuwe hond het huis binnengekomen. Tot het eind vorig jaar begon te kriebelen. Een kleintje past er wel bij, alle honden zijn 10+, de katten zijn 10+ en goed gesetteld, het is een kalm huishouden. Roemeens pleeghondje Marietje kwam en ging (na vier weken), een probleemloos, lief, schattig propje van een hondje. Ze is gelukkig nu in haar nieuwe thuis.
Nu het opvangbestaan weer was gestart (tijdelijk of definitief?) en de pleegweken met Marietje heel erg goed en gezellig waren verlopen, durfde ik een wat minder makkelijk hondje aan. Niet dat ik per se de ‘underdog’ in huis wil nemen, want ze zijn natuurlijk ook veel lastiger te plaatsen. Maar ik had foto’s gezien van de stichting van de Roemeense pleegjes en vooral de foto’s van één klein hondje bleven me achtervolgen. Ik ben best bekend met hondengedrag, heb wat jaren in de hondenwereld gewerkt en gevrijwilligd, dus ik durfde een ‘probeemgeval’ best aan.
En dus werd ‘Grumpy Boy’ voor ons op transport gezet. Een kortbenig, zeer wantrouwig kijkend mormeltje, dat ‘kicking and screaming’ zijn hokje in de bus in is gezet. Een reutje van een jaar of zeven oud, hij woonde al drie jaar in dat Roemeense asiel (waar je je kennel nooit meer uitkomt) na gered te zijn uit een dodingsstation. Ik had een puppy-ren aangeschaft, heb daarmee een stukje van de kamer afgezet vlak bij de achterdeur, want aan de riem doen zou uitgesloten zijn de eerste tijd. En ik bereidde me voor op het ergste.
Grumpy werd in de bench het huis binnengedragen. Het deurtje ging open en we gingen zitten wachten tot hij eruit zou komen. Dwingen wil je zo’n hondje niet direct. Tot onze verrassing keek het mannetje eens rond, stapte direct uit de bench, liet zich aaien en knuffelen, zijn staartje ging omhoog. Leuk hier in Nederland! We maakten een filmpje om aan de mensen in Roemenie te tonen dat hij het opmerkelijk goed deed, waarop zij zich afvroegen of we de juiste hond wel hadden gekregen. No Way, riepen ze. De Roemeense dame die hem op de bus had gezet had twee dagen lang (het vervoer duurt zo lang) in de stress gezeten omdat ze bang was dat er iets mis zou gaan, dat hij over de rooie zou gaan of zou ontsnappen. En dan laat hij zich hier van zijn allerbeste kant zien.
Grumpy doopten we snel om naar Gimpy of Gimp, Gimperd. Hij is inmiddels vijf weken hier en loopt nog niet mee aan de riem. Maar verder doet hij het voor 90% keurig. Hij vindt Japie lief, jaagt niet meer achter de katten aan, verdedigt zijn eten niet meer van een hele kamer verderop, plast en poept (grotendeels) buiten in de tuin en is gewoon gezellig en lief. Hij laat zich aaien, hij rolt op de rug, hij kan spelen met een balletje of flostouwtje. Ja, hij kan nog wel happen, maar we hebben gemerkt (gevoeld) dat zijn tanden niet zo scherp meer zijn en hij ook niet echt enorm kracht kan zetten, dus je hebt ten hoogste een keer een blauwe vinger met wat tandafdrukjes erin.
Gimpy vindt het een hele toer om iets te moeten. Optillen vindt hij niet ok, dan hapt hij om zich heen. Hangt hij eenmaal in de lucht, dan geeft hij zich eraan over. Wassen in de douche vond hij een stomme toestand (we durfden pas na 4 weken) en afdrogen was een big no-no (maar hij is wel schoon en fris nu) en een tuig aandoen moet met hele zachte hand en veel koekjes. Eenmaal aangelijnd moet hij zelf in beweging komen, want trek je een keer aan de riem, dan rolt hij als een boomstammetje om en blijft hij liggen, met zijn vier voetjes de lucht in, je wantrouwend aankijkend: ‘Ik doe het niet!’
Dus we lopen waar hij naartoe wil. Hij vindt de buitenwereld groot en spannend, maar ook leuk. Alleen trekken aan de riem, dat moet niet. Dus we lopen waar hij wil lopen. Midden op het fietspad, vijf dezelfde rondjes, iedereens oprit op, wel ja. Toe maar, Gimp.
Vandaag liepen we voor het eerst het normale middagrondje. Lange lijn aan zijn tuigje en maar kijken waar het schip strandde. Gimp liep nu voor het eerst achter Martijn en de galgo’s aan, het roedelgevoel begint te komen. Met de lijn los achter hem aanslepend (20 meter lang en een hondje met zúlke korte pootjes dat hij niet zo hard kan rennen is wel veilig). De truc in het sturen is dat je stil gaat staan en hem tegenhoudt door spanning op de riem te zetten als hij een onhandige afslag wil nemen. Dan laat je hem de kans een richting te kiezen die wel werkt en dan loop je weer. Je bent wel eventjes onderweg op deze manier, maar het gaat elke keer beter. Elke dag oefenen lukt niet, omdat dat tuigje omdoen voor hem wel zo’n stress is dat hij dat niet elke dag trekt. We komen er wel!
Het is een gok om van foto’s en summiere informatie een hond in de pleeg te laten komen. Zeker een happende hond, zeker een ‘grumpy boy’. Puur op basis van de foto’s en de stresskop die hij in al die foto’s toonde, wist ik dat er een kans bestond dat hij in een rustige omgeving veel beter te hanteren zou (kunnen) zijn. Gimp gaat nog een lange tijd bij ons zijn, hij is niet plaatsbaar totdat hij probleemloos mee kan wandelen. Dus we oefenen met hem, maar vooral laten we hem lekker heel veel met rust. Wat een intense tevredenheid voel ik door de kans die wij dit kansloze hondje hebben gegeven. Er wachten duizenden anderen honden op eenzelfde kans en door alle verhalen en foto’s kun je wat ontmoedigd raken. Maar voor Gimp is het leven 180 graden gedraaid. Het voelt goed om dat voor een levend wezen te kunnen doen.

Debbie