HONDerduit


2,5 jaar geleden kregen wij een brindle pleeggalgo in huis, Mali. Zo zoet, zo lief, zo schattig zag ze eruit. Timide, zacht, ik voelde met haar mee. En toen leerden we haar kennen. Wat een mormel kon (en kan!) Mali zijn. Mensen uitschelden, honden uitschelden, ze is ‘sociaal onhandig’ leggen we regelmatig uit. Ze staat met blikkerende tanden de postbode op te wachten, maar zou ze hem op de oprit tegenkomen of zouden wij hem in huis uitnodigen, dan zou ze zich stilletjes achter moeders rokken verschuilen. Ze jat, ze duikt de kattenbakken in, ze laat enorme scheten die je niet hoort, maar wel ruikt. Als ze gaat zitten, klinkt er een heel orkest en zo ook als ze de trap oploopt. Zo geruisloos als ze kan sluipen als ze iets eetbaars op het spoor is, zo’n olifant in een porseleinkast is ze als het haar niet uitkomt. Ze rent de katten omver, kukelt Japie om en kijkt dan verbaasd om waarom haar favoriete hondje zo aan het gillen is. Ze probeert honden aan het spelen te krijgen door ze enorm uit te foeteren en kan dan zo teleurgesteld toekijken als ze haar negeren. Rent een hond wél achter haar aan, dan gilt ze het uit, omdat ze het ineens eng vindt. Rent zij achter een andere hond aan, dan maakt ze daar zoveel drama van, dat de andere hond er snel mee ophoudt. Zit haar poot in de riem verstrikt, dan gilt ze moord en brand en kijkt ze alsof je haar afgeranseld hebt. Ze kauwt graag op schoenen, alleen mijn schoenen. Ze kan niet spelen met speeltjes, maar sloopt ze wel graag. Ze brengt je graag haar speeltje om leuk een trekspelletje mee te doen, maar trek je daadwerkelijk aan het ding, dan vindt ze je een egoïstische hebberd en wil ze niet meer met je spelen. Ze wil graag op de bank naast je liggen, maar vergeet daarbij dat ze naast een voorkant ook een (aanzienlijke!) achterkant heeft, waarmee ze jou bijna van de bank duwt. Deel je kauwbotjes uit, dan rent ze hysterisch rond totdat ze alle kauwbotjes van iedereen heeft afgejat en begint dan pas rustig (maar met een oog op potentiele dieven) te knagen. Als mijn vriend haar alleen uitlaat en los laat, rent ze naar huis, want mama is niet mee!
We hebben het niet aangedurfd Mali de wijde wereld in te sturen. Na een jaar pleeghond te zijn geweest adopteerden we haar. Een hond die we niet zelf uitgezocht zouden hebben, maar die kennelijk bij ons hoorde. Als ze mij zo was beschreven en ik zou haar elders bezoeken met het idee haar te adopteren, zou ik vriendelijk bedankt hebben. Mali is een raar beest, maar ze is óns rare beest. Snap ik haar? Nee, het is nog steeds een verrassingsei. Ik heb een betere controle over haar nu, ik heb haar zover dat ze niet meer elke hond uitkaffert, alleen haar grootste vijanden. Vijanden die haar nooit iets aangedaan hebben, maar er gewoon uitzien alsof ze er ruzie mee moet maken. Ik kan haar eeuwige honger nog steeds niet stillen, dus we blijven waakzaam rond kattenbakken, de tuin, ontbijtborden en de kattenbrokken (waar die arme katten halsbrekende toeren voor moeten uithalen, want ze staan hoog weggestopt). Mali betekende het einde van onze opvangtijd, want ze was de derde hond in huis en daarmee was het wel even vol. Spijt hebben we nooit gehad, grijze haren hebben we wel gekregen (maar dat kan ook best aan onze leeftijd liggen). We blijven ons maar verontschuldigen voor gegrom, blikkerende tanden, omvergelopen wezens en spullen en de stinkscheten.
Onlangs hebben we het toch weer aangedurfd. Eenmalig, een piepklein, ouder hondje uit Roemenie. Dat moest kunnen. Marietje kwam het huis en hart binnen. Gevonden in mei onder de schurft en met 1 pup in de Roemeense velden. De eerste twee dagen liep ze niet, ze plaste en poepte binnen. Na een week liep ze keurig mee en was ze bijna zindelijk. Een uberschattig, perfect, lief en leuk hondje. Ze woont nu alweer een paar weken bij haar nieuwe baasje, die zo blij met haar is en waar ze een heel mooi leven zal hebben. Voor mij smaakte het naar meer. In december komt een volgende Roemeen, een oudere hond die al jaren in een kennel zit en de komende winter wellicht niet meer zou redden. Hij is op zich iets te groot (het past allemaal net in de auto straks), maar het moet maar lukken. Het komt vast goed. En als het niet goed komt… we hebben Mali ook overleefd.