De Galgo español

De galgo español

Dit hondenras is afkomstig uit Spanje. De galgo español is een windhond en was oorspronkelijk vooral terug te vinden op boerderijen, waar het dier optrad als waakhond en op klein wild joeg. Een volwassen reu is ongeveer 68 centimeter hoog, een volwassen teef ongeveer 65 centimeter.

De naam galgo:
Galgo is het Spaans voor windhond. De Galgo Espagñol is dus letterlijk: de Spaanse windhond.
Een typisch Spaans ras.
Enkele eeuwen voor Christus jaagden de Kelten met middelgrote, fijne windhonden. Deze honden waren in oorsprong wit en ruwharig. De Keltische windhonden jaagden op zicht, waren zeer snel en behendig en zeer gewaardeerde jagers. Tijdens hun veroveringstochten door heel Europa verspreidden de Kelten deze windhonden die hen overal vergezelden. Zo kwam deze windhond tegen het eind van
de 6de eeuw voor Christus op het Iberisch schiereiland terecht.
Eeuwen later, toen de Kelten verjaagd waren door de Romeinen, zetten de Romeinen deze traditie van jagen met windhonden verder. Dit getuigen de oude Romeinse tekeningen en muurschilderingen, vooral in Spanje en Italië.


In de Romeinse provincie Hispania werd de windhond ‘Canis Gallicus’ genoemd (de Keltische windhond). Er wordt algemeen aangenomen dat het woord ‘galgo’ van deze benaming werd afgeleid,
in de eerste plaats is ‘galgo’ het Spaanse woord voor de aanduiding van alle windhonden. De Galgo Espagñol is de rechtstreekse afstammeling van de Keltische windhond. Door de eeuwen heen werd
de Spaanse windhond met andere rassen gekruist, voornamelijk met de Noord-Afrikaanse windhond
(de sloughi), maar ook met de Egyptische Pharaohond en de Podenco Ibicenco. Deze honden werden
in het Spaanse binnenland geïntroduceerd door de Moren, die van de 8ste tot de 15de eeuw een groot deel van Spanje overheersten.
Sloughi
Pharaohond
Podenco Ibicenco

De Galgo Español in de Middeleeuwen
In de Middeleeuwen was de windhond hét statussymbool voor de westerse aristocratie. Het jagen
met deze honden was een privilege, enkel voorbehouden voor de hogere klasse. Het gewone volk
werd zelfs verboden om een windhond te bezitten.
Behalve in Spanje. Daar was de Galgo Espanõl het jachtmiddel bij uitstek, ook voor de gewone bevolking. Zij gebruikten de galgo enkel voor hun broodwinning: de galgo jaagde op hazen, konijnen
en zelfs everzwijnen, de maaltijden voor de gewone bevolking.
Naast het jagen werden later ook coursings georganiseerd, als tijdverdrijf, de zogenaamde “carreras
en campo”. De regels van deze Spaanse coursings vinden zelfs hun oorsprong in het Romeinse Rijk.
De honden werden beoordeeld op hun moed, kracht en jachttechniek (in tegenstelling tot de greyhound, die vooral beoordeeld werd op snelheid).

In de twintigste eeuw werd de galgo op grote schaal gekruist met de Engelse greyhound teneinde snellere honden voor windhondenrennen te verkrijgen. Omdat ze nauwelijks sneller werden, maar
wel hun uithoudingsvermogen kwijtraakten, was het succes hiervan beperkt. Echt raszuivere galgo’s
zijn moeilijk meer te vinden en voor een leek is het onderscheid tussen een galgo en greyhound niet altijd even duidelijk, zeker niet wat het uiterlijk betreft.
De oorspronkelijke galgo was ruwharig. Maar door de kruisingen door de eeuwen heen, met sloughi’s en greyhounds, ontstonden ook de beter bekende gladharige galgo’s en hebben de honden nu alle mogelijke kleuren. De galgo lijkt in veel opzichten op een greyhound. De greyhound is iets groter. Galgo’s komen, net als greyhounds, voor in verschillende kleurcombinaties. De greyhound is op het rechte stuk sneller; de galgo is echter wendbaarder en meer geschikt voor de jacht op ruw terrein. Tevens is de galgo minder gevoelig voor blessures.


De galgo nu
De galgo heeft het in Spanje erg moeilijk. Op het Spaanse platteland blijven de jagers de galgo als vanouds gebruiken als jachthond. Deze traditie bij de galguero’s (jagers met galgo’s) is bij het gewone volk blijven bestaan als een typisch Spaans gebruik. Vaak worden er coursings en wedstrijden tussen
de galgo’s georganiseerd in smalle achterbuurten van kleine dorpen en stadjes, of op velden net buiten het dorp. Ze worden voornamelijk gehouden door mensen uit de lagere bevolkingsklasse, die de honden gebruiken voor de jacht en hondenrennen. De honden leven vaak onder zeer slechte omstandigheden. Als de galgo op een leeftijd van zo’n 2,5 jaar komt, verliest hij steeds meer snelheid. Vaak worden ze dan gedumpt in de bossen, de poten gebroken, in diepe putten gegooid met gruwelijke hongerdood als gevolg, opgehangen, overgoten met zuur of achter een auto vastgebonden.

Sinds een tiental jaar zijn er steeds luidere stemmen die opgaan om deze agressieve tradities een halt toe te roepen. Een aantal Spaanse opvangcentra openden hun deuren om afgedankte galgo’s (en andere jachthonden) op te vangen en hen dit vreselijke lot te besparen. Tegenwoordig zijn er talloze organisaties in en buiten Spanje die galgo’s redden. Elke organisatie heeft als doel om zoveel mogelijk (wind)honden te redden en een liefdevol thuis te bieden middels adoptie. Daarnaast hoopt elke organisatie evenzeer dat hun werk met de tijd overbodig zal worden. Er wordt ook hard gewerkt aan bewustwording, mentaliteitsverandering, educatie. In de hoop dat de Spaanse bevolking zelf haar verantwoordelijkheid zal opnemen en dergelijke wantoestanden niet meer zullen voorkomen.
En dat ze de galgo gaan zien als de zachtaardige huishond, de innemende couchpotato.
Dankzij de steun van diverse organisaties uit binnen- en buitenland vinden de galgo’s hun verdiende rust in een gezin. Vaak zijn dit nog jonge honden, zo’n 2 à 3 jaar, aangezien de galgo’s al na één jachtseizoen afgedankt worden. Maar helaas worden er ook vaak oude honden gedumpt/afgestaan
na jaren het ene na het andere nest te hebben gehad in erbarmelijke omstandigheden.

Karakter van de galgo espagñol
Thuis, is de galgo rustig, niet opdringerig en blaft maar zelden. Hij bewaart zijn energie voor buiten en vaak is dan een sprint of even spelen genoeg voor ze. De galgo kan zonder problemen in de stad en/of in een appartement wonen, als hij maar genoeg bewegingsmogelijkheden krijgt. Een urenlange wandeling is niet nodig in plaats daarvan geeft een galgo de voorkeur aan een stuk kort en intensief rennen in volle galop om daarna weer lekker Siësta te houden. Een galgo is ook een ideale partner voor actieve mensen, ze gaan graag mee joggen, fietsen of wandelen. De galgo is erg aanhankelijk naar zijn baas en/of familie, bij vreemden is hij vaak terughoudend en voorzichtig, maar absoluut niet agressief. De galgo beslist zelf wie hem mag aaien en wie niet. Van nature zijn ze voorzichtig en terughoudend. Galgo’s kunnen prima overweg met andere honden, zij gaan liever de confrontatie uit de weg. Door hun rust en zachtheid gaan galgo’s prima met kinderen samen.
Ze zijn makkelijk te houden als huisdier, hebben weinig vachtverzorging nodig. Dit ras luistert over het algemeen zeer goed en is makkelijk op te voeden. Hij reageert erg gevoelig op een grove- en harde aanpak. De opvoeding mag nooit met druk of straf gepaard gaan.
Galgo’s slapen rond 15 tot 18 uur per dag.
Het is een sterk en gezond ras, er zijn bij de galgo geen erfelijke- en anatomische ziektes of aandoeningen bekend.
Een geadopteerde galgo kan ondanks het nare verleden redelijk snel het vertrouwen in de mens terug krijgen. Zij hechten zich snel aan hun nieuwe eigenaar. En met geduld, de juiste bejegening en de liefde van hun baasje ontpoppen ze zich vaak tot een zeer liefdevolle trouwe hond.