Dagboek van een bange galgo – Yolo een half jaar bij ons

Het is alweer een tijdje geleden dat ik wat geschreven heb. Inmiddels is Yolo een half jaar bij ons.
Wat een metamorfose heeft hij in die tijd al ondergaan.
Ik zie hem nog die bus uit komen. In elkaar gedoken, niet willen lopen, doodsbang voor elk geluid en elke beweging die gemaakt werd. Zo snel mogelijk deden we een mooie halsband en een stevig tuig bij hem aan, want dat hij klaar stond om te kunnen vluchten was wel duidelijk. Na het tekenen van het adoptiecontract tilde ik hem op, omdat hij geen stap durfde te zetten, en droeg hem het hele eind naar de auto. Ja IK, niet die grote, sterke man die naast mij liep (wat op zich praktischer zou zijn geweest), want mannen zijn ‘eng’. Vanaf dat moment had Yolo heel letterlijk zijn vertrouwen in mijn armen gelegd.
Samen met Moos zat hij achterin de auto, vrijwel de hele weg heeft hij naar buiten gekeken, af en toe steun zoekend bij Moos.
Eenmaal bij ons thuis was hij helemaal van slag. Logisch, hij had geen idee wie wij waren, waar hij was en wat er van hem verwacht werd. Hij wilde alleen maar in een hoekje van de kamer zitten.
Soms hoorde je hem zelfs klappertanden, zo hard zat hij dan te bibberen. Vanuit dat hoekje hield hij
mij nauwlettend in de gaten, want hij had al door dat ik zijn baken zou zijn.
De eerste keer dat we de straat op gingen om te wandelen was een ramp. Niet voor mij, hoor, maar voor hem. Zo ontzettend bang. Elke fiets, brommer, auto, vrachtwagen deed hem in elkaar krimpen. Elke voetganger (vooral een man of kind) liet hem als een rodeostier bokken en ronddraaien.
Zijn ogen groot van paniek. Hijgen, hijgen, hijgen … Het was aan mij om hem hierin goed te begeleiden. Hij mocht steun zoeken door tegen mij aan te staan totdat het ‘gevaar’ geweken was en daarna stapten we kordaat door, terwijl ik op rustige toon tegen hem sprak, uitlegde wat alles was, waar we heen gingen en wat ik van hem wilde. Er zullen ongetwijfeld mensen gedacht hebben dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd was, hahaha. Voor Yolo gaf het rust en zekerheid, want dieren zijn lang niet zo onnozel als velen denken. Op deze manier ging het elke dag een beetje beter.

De andere honden in huis vond hij fijn, daar keek hij naar en leerde hij de vaste rituelen van.
Echter de mannen in huis (René en twee inwonende zoons) waren een gruwel. Helemaal overstuur raakte hij wanneer er eentje de trap af kwam stommelen en de kamer in stapte. Zelfs als Yolo net buiten geweest was dan presteerde hij het om van pure angst nog een grote plas (en of poep) te doen, vaak al rennend door de kamer.
Eten wilde hij alleen maar in een rustig hoekje in de keuken en niemand kon hem iets geven, behalve ik.
Het was hartverscheurend om te zien dat hij letterlijk de hele dag strak stond, altijd paraat om er als een haas vandoor te kunnen schieten. De enige momenten waarop hij ontspannen leek te zijn waren wanneer hij als een schaduw tegen mij vastgeplakt kon staan en ’s nachts. Op zijn matrasje naast ons bed met een dekentje over hem heen voelde hij zich blijkbaar redelijk veilig.

En toch … Yolo bleek heel nieuwsgierig en dol op eten, dus dat werkte in zijn voordeel. Op een afstandje stond hij altijd alles in de gaten te houden om te leren dat bepaalde dingen helemaal niet zo eng waren als hij dacht. En met een plakje worst was hij ook weleens over te halen om een stapje dichterbij te komen. Nee, je mocht dan geen oogcontact maken en ook niks tegen hem zeggen, want dan stoof hij meteen weer weg.

Langzaam maar zeker kreeg hij steeds meer vertrouwen in zijn omgeving en in ons.
Elke kleine verandering, elk stapje vooruit was een feestje voor ons. In het begin ging dat naar omstandigheden best snel allemaal, maar nu we een half jaar verder zijn blijft het een beetje steken.
Yolo heeft geleerd om buiten -tamelijk- rustig aan de lijn te lopen (nog steeds met halsband, tuig en veiligheidslijn aan mij vast) en niet meer van alles te schrikken, maar kleine kinderen en harde geluiden van een voorbij razende motor of vrachtwagen zijn nog immer heel akelig.
Yolokus vindt het geweldig om op zondagochtend naar de hondenspeeltuin te gaan, zodat hij daar met een paar podenco’s keihard over het veld kan racen. Hij houdt ons dan nauwlettend in de gaten en ‘meldt’ zich van tijd tot tijd braaf.
Behalve ikzelf kan niemand hem nog benaderen. Heel af en toe durft hij wel tussen mij en iemand anders in te komen staan wanneer die persoon al enige tijd mee loopt of naast mij staat, maar dan mag die ander geen aandacht aan hem geven en zeker niet proberen te aaien.

Binnen in huis heeft hij de rust gevonden om totaal ontspannen op de bank te liggen.
Het liefst tegen Moos of Dirkie aan. Zelfs diep slapen lukt hem wanneer er buiten mij niemand thuis is. René heeft hij geaccepteerd, maar Yolo komt pas dichterbij wanneer manlief ergens rustig gaat zitten. Zolang die man rond loopt, blijft Yolo ook onrustig rond dribbelen. Soms neemt hij ook wat lekkers aan van hem, maar zeker niet elke dag.
Vraag me niet waarom, maar onze zoons vindt hij nog steeds heel erg eng. Zodra er eentje in aantocht is dan begint hij al luid te blaffen. De ene keer vliegt hij naar de andere kant van het huis en de andere keer plast hij ineens weer van angst op de bank of het vloerkleed.
Het gekke is dat hij, als we met zijn allen aan tafel zitten te eten, wel bij ons onder de tafel kruipt om erbij te kunnen zijn.
Van visite moet Yolo ook nog niks weten. Dat is echt té stressvol voor hem. Hoewel hij onlangs wel ineens achter de ruggen van mij en een vriendin durfde te gaan liggen toen we op de bank koffie zaten te drinken.
De eerste ‘vreemden’ die hem hebben kunnen aaien zijn Monique en Jan (vrienden en opvanggezin voor GFNL) toen we daar onlangs een dag heen waren en Yolo meegenomen hadden. Opgaand in de groep tussen alle andere honden, stond hij ineens bij hun aan de tafel en liet hij hun handen over zich heen gaan. Dat was een heel bijzonder moment.

Het aller-allerbeste moment van de dag is ’s morgens vroeg als onze wekker net gegaan is. Dan springt Yolo op ons bed en laat zich door René -die dan nog op het randje van het bed zit- knuffelen. Daarna prikt hij met zijn neus eerst in mijn zij, legt zijn dan kop in mijn hals en maakt van die lieve knor-geluidjes, terwijl hij met dat lange lijf helemaal tegen mij aan kruipt. Met zijn voortanden geeft hij allemaal kleine love-bites in mijn armen en handen. Sinds een paar dagen draait hij zelfs zijn buik een beetje naar boven, zodat ik hem op zijn borst kan aaien. In de tussentijd is kater Kees dan ook gearriveerd en geven ze mekaar kopjes, likt Kees aan Yolo’s poten, kop of oren en schurkt Yolo met zijn neus langs Kees zijn zachte vachtje. Er is echt chemie tussen die twee, dat is zo leuk.
Zodra ik opsta is het helemaal dikke pret, want dan gaat Yolo aan de dekbedden trekken en met de kussens gooien. Daar heeft hij zo’n plezier in. Een genot om naar te kijken.

Dus … Yolo is best al enorm gegroeid in zijn zelfvertrouwen, maar heeft voor een aantal zaken
nog een hele lange weg te gaan voordat hij al zijn angsten kwijt is (áls dat al gebeurt).
Ondanks zijn dagelijkse paniekmomenten, weten we dat hij hier bij ons gelukkiger is dan hij ooit in Spanje geweest kan zijn. Zijn wereld is een stuk mooier/beter geworden. We hebben er dan ook geen dag spijt van gehad om heel bewust voor deze jongen te kiezen en hem een kans te geven op een beter leven. Een zwarte hond, reu, vier jaar oud en heel bang … die had anders misschien de rest van zijn leven in een shelter gebleven.
Yolo is gewoon een toppertje en ik ben ervan overtuigd dat er een dag komt dat we kunnen zeggen : “Zag je dat ? Hij schok niet en rende niet weg !” of dat hij zich heel ontspannen laat aaien door zijn baasje. Het komt allemaal goed … ooit !

Nicole