Huub: mijn mijlpaal.

30 januari 2013

Er kwam een hulpvraag vanuit Spanje van Galgos112 voor galgo Pucco.
Met Anneke reed ik ’s avonds naar Schiphol. Mijn eerste opvanghond!
Eigen windhonden Ringo (Logan van Greyhoundfriends) en Myra waren mee.
Spannend, ik had er zin in. Een ruwharige galgo reu die onder vreselijke omstandigheden was
gevonden en gelukkig op ‘t nippertje was gered door de vrijwilligers. Pucco was in de brandende
zon met ijzerdraad vastgebonden om langzaam te sterven, hij hing aan het draad en zijn voetjes
raakten amper de grond. Een methode die jagers in Spanje bewust gebruiken als ze een hond niet (meer) kunnen gebruiken. Eén van de vele tradities….
Hij heeft lang moeten aansterken bij zijn opvanggezin in Catalonië, bij Barbara, de dierenarts van
galgos 112. Maar eindelijk was het zover.

De grote reisbench kwam aan en wij stonden klaar met een tas vol spullen: tangetjes om de tie rips
los te knippen, keukenrol voor eventuele viezigheidjes, hondensnoepjes, poepzakjes, jasjes, halsbanden, tuigje, riemen.
De bench ging open en daar zat hij….in elkaar gedoken, verward, verfomfaaid van de reis.
In zijn kermitgroene fleecejasje.
Op een gegeven moment stootte Anneke mij aan, kom Miran help even mee. Ik stond schijnbaar stokstijf en wist niet kordaat te handelen.
Diep onder de indruk van die warrige sprinkhaan stond ik maar te kijken.

Goed, na de formaliteiten hebben we hem in de auto gezet, achterin samen met Ringo en Myra.
Eenmaal thuis was Pucco erg onder de indruk, schichtig en onzeker bleef hij op het vloerkleed liggen. Dankzij mijn eigen honden pikte hij de dagelijkse gang van zaken snel op. Eerst lieten ze de nieuwkomer, het koekoeksjong, links liggen maar al snel was het een gezellige drie eenheid.

Spelen op de bank, in de tuin, Pucco tijdens wandelingen uiteraard aangelijnd maar oh wat wilde hij graag mee doen.
Hij was nog zo jong, net een jaar oud en al zó beschadigd dat je op zijn lijfje vele littekens zag.
Veel littekens zie je nu nog steeds. Ook zijn gedrag liet zien dat hij veel had meegemaakt.
Elk geluid, onverwachte beweging, deed hem krimpen, wegkruipen, plas laten lopen, niet durven eten
of te bewegen.
En ik…ik liep rond met een zwaar gevoel. Van geluk, verliefdheid maar ook door het ‘onmogelijke’ idee dat ik hem echt niet zelf kon houden. Wie heeft er nou 3 honden??! (we hebben er nu 8 ha!)
Nee opvangen is zo belangrijk en kom op, de eerste opvanghond, daar moet je even door heen.

30 januari 2019.
Pucco is gebleven, inmiddels zijn we 6 jaar samen. Een achtbaan aan gebeurtenissen hebben we samen doorstaan. Toen Pucco er 2 weken was, verloor ik mijn zeer geliefde Ringo en Myra. De zwarte bladzijde in mijn leven, een trauma die ik dankzij Pucco heb kunnen doorkomen.
Hij had mij nodig en ik hem. Vaak kon ik niet meer van verdriet en dan was er gelukkig vriend Jochem. De schapendoes die als pup al bij mij kwam logeren, hielp mee om voor Pucco te zorgen. Wat ik niet kon leerde Jochem hem, de dagelijkse gang van zaken in huis en alles wat mijn honden niet meer konden voordoen.
Pucco werd Huubje, vernoemd naar de zanger van De Dijk, vanwege zijn royaal aangemeten oren.
Nee niet vanwege Huub’s zangkunsten.
Door Huub leerde ik alert te zijn op details, opwaaiende zakjes op straat, geparkeerde rollators, scooters, fietsen (vooral met zijtassen!), fietsende of rennende kinderen, mannen met een bepaald accent, de vuilniswagen, containers. We vermeden dit niet maar ik zag òòk alles en verstevigde mijn grip aan de riem als ik weer zo’n vreselijk ‘gevaarlijk’ gevaarte zag opdoemen.
Nog steeds ziet hij alles, zelfs als er een nieuwe rij tegels is gelegd op de stoep, of dat er nu oplaadpalen staan voor elektrische auto’s. Eng!
Grote bogen neemt hij en is dan beresterk. Ook in het bos schuilt Huub voor gevaar (andere mensen), grote bogen in het bosperceel om dan iets verder op mij af te vliegen van blijdschap.

In de afgelopen 6 jaren heeft Huub zich als de clown van het bos ontpopt, mensen die hij kent krijgen een gratis showtje gekke bokkensprongen, hilarische disco-moves (mede mogelijk gemaakt door zijn manke achterpootje en wiebelkontje), plotseling opkomende graafbuien, bommetjes in alle slootjes/plasjes en modderpoelen. Zijn bijnaam is al enkele jaren De Badmeester.
Ik zal nooit vergeten dat ik een oudere dame met haar hondje tegen kwam en ze moest erg lachen om zijn capriolen. We raakten aan de praat, keken naar Huub en moesten beiden om hem lachen. Tot ze opeens haast had om te vertrekken, met de boodschap dat ze zó om hem moest lachen dat ze het in haar broek gedaan had. Ze bedankte mij zelfs nog omdat ze zo onbedaarlijk hard gelachen had.

Een andere hobby van Huubje is het verzamelen van vreemde attributen. Waar een andere hond blij wordt van een stok, heb ik Huub de afgelopen jaren zielsgelukkig voorbij zien stuiven met een schoenzool, kinderlaarsje, een verloren sjaal, klokhuizen, stukken boomstam in onmogelijke vormen, lappen gedroogde boomschors. Het hoogtepunt was toch wel een onderdeel van een erotisch hulpstuk, die hij gevonden had in het bos en als een dolle stuiterend mee nam. Pak dat maar eens af…want ja even snel wegschoppen was er niet bij. Hij sprong dansend voor mijn voeten en stoof er steeds weer achter aan. Uiteindelijk hebben we hem kunnen afleiden en het object ver weg de struiken in kunnen schieten. Pas later kwam mijn verpleegkundige aard naar boven en heb ik me afgevraagd of er misschien iemand in nood lag in het bos met de andere helft…

Een andere bijnaam is Dokter Huub. Toen kat Abruzzi zijn oog moest missen was het Huub die zich na de operatie over hem ontfermde, de kleine rode krummel lag heerlijk tegen Huub aan te snurken. Ook kat Rakin was na een heftige operatie welkom om bij hem op de bank te liggen. Voorzichtig snuffelend checkte Huub de hechtingen, geheel niet bang voor de vreemde dierenartsluchtjes en de rare plastic kraag.

In de loop der jaren kwamen er honden bij, van onszelf en in de opvang. Huub vindt alles best, zolang hij mijn nummer 1 blijft. Mijn soulmate, mijn zorgenkind. Want Huub is natuurlijk verschrikkelijk zielig als het er weleens op zou kunnen lijken dat ik eventueel het pand zou kunnen gaan verlaten. Er wordt dan niet gegeten en hij kijkt stoïcijns voor zich uit, een stressdruppel aan zijn lange puntneus. De gigantische overbeet enigszins zichtbaar vanwege een trillend onderlipje. Zijn flaporen mistroostig halfstok.
De honden nog ‘even’ eten geven vlak voor vertrek kan niet. Huub houdt bij wijze van spreken zijn adem in en eet rustig een dag niet. Of twee. Hoe gewoon ik ook doe, alsof ik helemaal niet te laat op mijn werk ga komen. Soms heb ik geluk, dan helpt het als ik rustig bij hem ga zitten en hem de lekkerste stukjes aanbiedt, platte hand, alleen het vlees, zit er een brokje tussen dan haalt hij zijn neus weer op en zucht. Zo voeren we hem regelmatig met de hand, omringd door de anderen want de slimme aasgieren weten precies bij wie ze eten kunnen stelen.
Huub eet niet in de keuken en al zeker niet staand. Nee, als een Romein liggend op de bank. Ik sorteer zijn lange stelten zodat de etensbak er tussen past en moedig hem met mijn meest neutrale stem aan. Om, nadat hij de bak leeg heeft gegeten (of voldoende waardoor ik met een iets geruster hart de deur uit kan) een race tegen de klok te houden naar mijn werk.
Waar ik nog begrip krijg ook als ik zeg, sorry dat ik te laat ben, Huub kon niet eten.

Elk jaar maak ik voor de 30e januari een collage of filmpje om te vieren dat Huubje (in) mijn leven is,
dit keer vroeg ik Greyhoundfriends of ik een stukje mocht schrijven. Ik dacht een kort bondig tekstje te schrijven over hoe bijzonder hij voor mij is, en ik voor hem. Of enkel een gedichtje.
Over hoe hij mijn leven heeft beïnvloedt, mij heeft geleerd om geduldig te zijn als hij dat nodig had.
En hoe een gebroken ziel, andermans gedumpt ‘afval’ zo kan opbloeien, weer kan vertrouwen en lief kan hebben. Huubje, en vele geredde honden zijn een rolmodel voor de mens, zo fragiel als ze zijn,
hun wil om te leven en te genieten is immens sterk.
Ik gun iedereen een Huubje in zijn of haar leven. Niet deze want die is van mij.
Of ik van hem, beter gezegd.

Miranda