Een passie voor windhonden.

Als kind was ik al gek op dieren. We hadden altijd wel een hond, katten, konijnen, kippen en cavia’s.

Zelf ‘redde’ ik slakken van straat en huisvestte ze in een oude vogelkooi waar ze door de grootte van hun huisje niet uit konden ontsnappen. Om te onthouden wie wie was markeerde ik hun huisjes met watervaste stift, had er geen benul van dat dat wellicht giftig kon zijn voor deze weekdiertjes.
Na de slak stapte ik over op grotere dieren, woenstijnratjes. Geinige beestjes die de punt van hun staart kunnen verliezen als er gevaar dreigt. Schijnbaar waardeerde Tweety (vernoemd naar het type jas vanwege zijn vachtkleur en niet naar het gele kanariepietje) het niet als ik hem wilde oppakken en zo gebeurde het dat hij met een kaal staartpuntje door het leven moest. Daarna was hij helemaal niet meer handtam, achteraf denk ik dat het loslaten van de staartpunt ook veel stress en of shock teweeg brengt. En dat had zijn persoonlijkheidje veranderd, meneer heeft de rest van zijn leventje schichtig in een laag zaagsel doorgebracht. Triest als je bedenkt hoe normaal het was om dieren in kooien of hokjes te houden.


Later in mijn tienerjaren was ik dol op kippen, in zomervakanties was ik de uitverkorene die ’s ochtends voor dag en dauw de kippen ‘mocht’ voeren en eieren rapen. Ik beschouwde dat als een privilege, een serieuze taak. Dat de rest van de familie kon uitslapen na avondjes rond het kampvuur op de boerderij van mijn tante had er niets mee te maken. ….
Op de ochtend van mijn verjaardag hing er een briefje op de grote kippenren, of ik de dieren in het grote hok ook wilde voeren. Dat bleken twee grote witte leghorn kippen te zijn, ze droegen geen strikjes maar het was wel een geweldig verjaardagscadeau! Boukje en Sjoukje gingen na de vakantie met ons mee naar huis en voegden zich bij de al aanwezige Barnevelders. Haan Herman vond het allemaal best. Tot mijn grote verdriet bleek Sjoukje een haan, en ging daarna nog even door het leven als Sjoerd maar twee mannelijke hoenders in één toom was geen succes. Sjoerd werd herplaatst. Later bleek Boukje ziek en zodoende kwam er een eind aan mijn carrière als kippentrainer.

Het opgroeien met dieren heeft zich bij mij voortgezet in een leven met dieren. Maar ook vòòr dieren. Voordat het eerste windhondje in mijn leven kwam was ik nog niet bekend met de kenmerken van deze rasgroep. Ik zocht een maatje voor mijn oude Dalmatiër en trof een whippetmix in het asiel Breda, Myra. Vanaf dat moment is er veel veranderd, het lijkt wel alsof windhondenliefhebbers elkaar onderling ‘herkennen’ en elkaar begroeten zoals motorrijders ook meestal doen. Geen idee of mensen met Rottweilers of Schotse Collies dit ook doen maar met een windhond kom je vaak in contact met andere windhondenbaasjes. Misschien omdat windhonden naar elkaar toe trekken? Of omdat ze tijdens een wandeling eindelijk een gelijkwaardige renpartner zien waar ze zich aan kunnen meten?
Zo kwam ik in contact met mensen die vrijwilligerswerk deden in een Spaans asiel voor galgo’s en werd ik getipt om toch eens naar die leuke Omar te kijken. Net gearriveerd bij zijn opvanggezin vanuit Spanje. Vraag me niet waarom de geweldige Omar niet hier op de bank ligt, ik schaam me bijna dat ik verder klikte op de website van Greyhoundfriends om alle snoetjes te bekijken. Maar toen viel mijn oog op Logan, hij zat al een jaar in het opvanggezin. Het promotiefilmpje met de muziek van Johnny Logan, What’s another year, trof mij diep en voor ik het helemaal had bekeken besloot ik al te bellen.
En zo kwam Logan, door mij Ringo genoemd, in mijn leven.
Myra en Ringo waren meteen een match, altijd samen, zowel in actie als in rust.
Zo ook samen tot hun einde….

Inmiddels had ik mezelf opgegeven om honden op te vangen, en had opvanghond Pucco zijn intrede gedaan bij mij thuis. Een bange, ruwharige flapoor galgo met misvormde achterbeentjes. Velen van jullie zullen ongetwijfeld weten dat Pucco kwam, zag en overwon.
Hij werd omgedoopt tot Huubje en we zijn jaren onafscheidelijk geweest.
In al die jaren kwam vele opvanghonden en zo nu en dan bleef er een hondje bij en breidde de roedel zich uit. Galgo, Whippetmix, Podenco hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Natuurlijk hoorde ik ook vaak dat er een bepaald virus rond gaat, eens een windhond, altijd een windhond. Of MSD: Multiple Sighthound Disorder. En ja ik heb het ook, het virus, maar ik lijd er niet onder. Sterker nog, het beste medicijn tegen dit hardnekkige virus is jezelf blijven omringen met die dunne, langbenige puntneuzen.


De passie voor windhonden, zou niet iedere liefhebber van een bepaald ras zeggen dat zijn hond het allerleukste ras ter wereld is? Misschien wel maar we weten allemaal dat dat gelogen is, dat bestaat namelijk niet. Wat is er nou niet leuk aan een windhond?? Ze zijn rustig in huis (uitzonderingen daargelaten), goed met soortgenoten (erg prettig), zachtaardig (heel bijzonder gezien wat ze vaak hebben meegemaakt) en grappig. Als ik mezelf hoor uitleggen wat ik zó leuk vind aan galgo’s bedenk ik me dat de ander het weleens hele suffe saaie dieren zou kunnen vinden. Ze slapen veel! Ze zijn heel makkelijk, bijna altijd meteen zindelijk, hebben geen erfelijke rasgebonden aandoeningen en nemen weinig plek in (tenzij je zoals veel galgobaasjes je halve inboedel inricht zodat de langneuzen comfortabel kunnen snurken).
En het rugzakje, zoals het gruwelijke verleden vaak wordt genoemd? Dat nemen we op de adoptiebijdrage toe, wetende hoe lief ze kunnen zijn, wetende dat ze het achter zich kunnen laten,
weer van het leven kunnen genieten. Er is niets mooiers dan een getraumatiseerde, angstige hond te zien opbloeien. Het leven weer durven vast pakken, vertrouwen krijgen in het goede in de wereld, loslaten wat eens was en er vol voor gaan. Met een flinke sprint en daarna weer lekker luieren op de bank.
Op de bank? Geen haar op mijn hoofd die er vroeger ook maar aan dacht om de hond op te bank te laten liggen, dat hoort niet. Als ik nu zonder hond op de bank zit voelt het kaal en maak ik er 1 of 2 wakker om ze bij me op de bank te slepen. Ja het virus doet wat met je, al die normen en waarden vervliegen met gemak als je windekind bij je op de bank kruipt en met zijn reebruine gevoelige ogen kijkt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. En dat is het ook want ze liggen nou eenmaal graag wat hoger, tegen tocht en kou. Tuurlijk. En in een dubbele S bocht in bed liggen om geen teer voorpootje te knakken of je geliefde windhond ongemakkelijk te laten liggen, ja ook heel normaal.
Het gaat ver, voor sommigen, maar niet als je zelf ook besmet bent met het virus.
Natuurlijk verdienen deze prachtige wezens een geweldig liefdevol leven, en die krijgen ze ook langzaam maar zeker…Soms hoor ik bij een huisbezoek: nou de hond mag bij ons niet op de bank hoor. Het is dan altijd wachten op de eerste foto’s van …jawel, een dunne lange hond met steltpoten uitgestrekt op de sofa.


Wat is dat dan met deze honden? Een innerlijke drang om ze te redden waardoor je eigenlijk jezelf redt? Een invulling van een leegte die galgo’s zonder veel moeite opvullen? Is het een imagokwestie, kijk mij eens honden redden? Die zullen er genoeg tussen zitten in de rescuewereld. Bij mij zat het er in elk geval al vroeg in: respect voor dier en natuur. En als dan je meest favoriete ras, die naadloos aansluit bij je levensstijl, in grote getalen wordt mishandeld, verwaarloosd, verminkt, gedumpt en vermoord in oa Spanje, dan kan je niet wegkijken. Tegen dit leed moet gestreden worden, elke hond is er één en is net zo belangrijk als de vorige en de volgende hond. Ik ben dankbaar voor alles wat mij bijgebracht is in mijn jonge jaren, en voor de gedrevenheid die ik geërfd heb van mijn grootste heldin, mijn oma. Zij die bijna overal donateur van was, hondjes overnam van buren/kennissen, buurtkatten liever bij haar woonden dan bij hun eigen baasje en briefjes in de brievenbus stopte bij buren om te dwingen dat ze hun, wederom pas bevallen, poes lieten helpen. Dat werd haar niet altijd in dank afgenomen, ook niet als de ploeg ganzen en eenden weer langs kwamen voor brood en buurman’s pas geveegde stoepje weer vol uitwerpselen lag. Dit alles heeft mij gebracht tot wat ik nu ben en doe, en vooral het grootste geluk in de wereld: de windhond.

Miranda