Ons allereerste hondje


Notice: Trying to get property of non-object in /home/anitazy8/domains/greyhoundfriends.nl/public_html/wp-content/themes/mh-magazine-lite/includes/mh-custom-functions.php on line 144

In 1987 trouwden manlief en ik. We waren heel gelukkig samen, maar het leek ons gezellig om een hondje te nemen. In die tijd had je nog geen internet, dus was het een stuk lastiger om informatie over hondenrassen te vinden en een adresje waar je een hondje kon kopen. We wilden geen grote hond, daarom had ik in de bieb een beetje naar kleinere rassen gezocht. Ik vond het maar lastig en een hond was een hond, dacht ik toen. De landelijke en plaatselijke kranten stonden bomvol met kleine advertenties, vooral op zaterdag. Elke week spitten we alles door totdat we iets tegenkwamen wat ons aansprak. Een nestje van drie Yorkshire Terriërs van 8 weken oud die van hun moeder af mochten. We hadden gebeld en mochten een paar dagen later komen kijken. We kwamen bij een soort boerderij in Brabant en werden meegenomen de kamer in. Daar was het moedertje met de puppy’s. Ze waren nog alle drie beschikbaar. Er was er eentje die heel ondernemend was en zelf uit de kist naar ons toe kroop. We waren het er meteen over eens dat die het moest worden. Dit hondje leek het meest op zijn vader, werd er gezegd en om dat aan te tonen werden we meegenomen naar een grote schuur waar nog een handvol volwassen hondjes rond liep.
Toen vond ik dat allemaal niet zo boeiend, maar nu besef ik dat we waarschijnlijk gewoon een hobby-fokker getroffen hadden die lief voor en trots was op zijn hondjes. Ik denk niet dat het een broodfokker was.
Enfin, na de koffie rekenden we af en vertrokken dolgelukkig met onze nieuwe aanwinst. We noemden hem Pee-Wee (wat ukkie/kleintje betekent).
Hij was klein, vrijwel helemaal zwart en zijn oortjes hingen nog slap naar beneden. Echt nog een baby. Dat hebben we de eerste weken ook wel geweten. Hij jankte ’s nachts, dus mocht hij bij ons in de slaapkamer. Ook moesten we om de haverklap met hem naar buiten om hem zindelijk te maken, wat niet zo handig bleek als je in een flatgebouw woont. Maar we kregen het al vrij snel voor elkaar.
Pee-Wee groeide gestaag, wisselde netjes zijn tandjes, zijn oortjes kwamen rechtop te staan en zijn vacht werd langer en ging van zwart naar zilvergrijs. Een prachtig beestje om te zien. Hij was wel een heel lastige eter en kauwde nogal eens een rondslingerende schoen, broek of trui kapot, maar we waren gek op hem. Ik was hem altijd aan het kammen en knippen. Hij was helemaal mijn vriendje.
Zelfs toen er kindertjes kwamen hing hij nog aan mij, zonder jaloers te zijn op onze zoontjes. Zij gingen ook heel respectvol met hem om en mochten alleen aan hem zitten als Pee-Wee aangaf dat hij dat wilde. Het ging allemaal voorbeeldig.
Toen hij een jaar of vijf was en onze kinderen iets groter werden, verhuisden we naar een huis met een tuin in een rustig volksbuurtje. Ideaal was dat.
Echter waren we al snel Pee-Wee een keer kwijt. Toen we gingen zoeken in de buurt vonden we hem piepend van opwinding voor de deur bij iemand waarvan het teefje loops was. Pee-Wee was niet gecastreerd. Iets wat ik toen eigenlijk gewoon vond. Er werd nergens gesproken over castratie, dat deed je alleen als je meerdere honden had (reuen en teven) en je wilde geen nestjes krijgen.
Het gebeurde daarna wel vaker dat hij er vandoor ging (hij was een echte Houdini) wanneer er een loopse teef in de wijk was, maar gelukkig kwam hij of vonden wij hem altijd snel terug.

Op een dag werd ik ziek, zo ziek dat ik werd afgevoerd naar het ziekenhuis en daar drie weken moest blijven. Er kwam oppas voor de kinderen en Pee-Wee werd door iemand anders uitgelaten. Het hondje was helemaal uit zijn hum. Was nerveus, sliep alleen op een ongewassen trui van mij en liep hele dagen zoekend naar mij door het huis, is mij verteld.

Wat er precies gebeurd is weet niemand, maar Pee-Wee was in een soort paniektoestand het tuinhekje uit geglipt toen ‘de uitlaatdienst’ daardoorheen naar binnen kwam. Er is natuurlijk meteen naar hem gezocht, maar zelfs op zijn vaste loopse-teven-adresjes was hij niet. Amivedi en de dierenambulance waren ingelicht, ook zijn er asielen in de omgeving gebeld, maar niemand had een hondje gevonden dat aan de omschrijving voldeed.
In die tijd had je nog geen chipregistratie, dus het was ook veel moeilijker om zeker te weten of het om de juiste hond ging. Er was ook geen internet waarop je een oproep kon zetten en vragen of mensen wilden uitkijken naar het beestje.
Pee-Wee is nooit meer teruggevonden …
De kinderen hebben altijd gezegd dat hij op zoek is gegaan naar mij en gek genoeg denk/hoop ik dat zelf ook. Ik heb er heel erg veel verdriet van gehad, maar ergens troostte deze gedachte mij een beetje.
Een jaar of twee later waren manlief en ik ervan overtuigd hem gezien te hebben samen met een oudere man. We hebben getwijfeld of we zijn naam zouden roepen, maar hebben dat niet gedaan. De man en het hondje zagen er gelukkig uit en zelfs als het echt Pee-Wee was, dan had ik ze niet uit elkaar willen halen. Ons leven was doorgegaan zonder hem, maar voor die man was hij misschien wel het middelpunt van zijn leven.

Hoe gek ik ook op honden was, ik wilde er daarna nooit meer eentje, heb ik altijd beweerd ………. totdat ik Jaren later in aanraking kwam met de Spaanse galgo …… 🙂

Nicole