Pech onderweg

Het is weer even geleden dat er een stukje is geschreven over de belevenissen van “mijn mannen” Paco en Sol en hun koningin poes Maus. Ik ben namelijk een tijd ziek geweest, flink ziek eigenlijk, maar gelukkig kregen we een aantal weken geleden toch het groene licht van de artsen om nog te kunnen gaan genieten van onze reeds geplande vakantie.
Dus daar gingen we weer, met onze auto volgeladen naar een voor ons reeds bekend adresje in de Ardennen. We zijn daar vorig jaar ook geweest en het beviel ons zó goed dat we nog een keer geboekt hebben daar.
Het huisje ligt aan het einde van een doodlopend zandweggetje tegen de bossen aan en er hoort een enorme (bos)tuin bij. Helaas niet omheind, dus alleen Sol kan daar los rondstruinen, maar dat maakt voor konijntjesspotter Paco eigenlijk niets uit. De veranda ligt namelijk vrij hoog en vanaf daar heeft hij een prachtig uitzicht over de grotendeels lager gelegen tuin. Zijn ogen en oren hebben weer heel wat overuren gedraaid: “Beweegt er daar iets in de struiken? Zie ik daar nu konijnenoortjes? Hoor ik daar wortelgeknaag?”
Ook deze keer moesten we voor onze beider nachtrust de gordijnen in de woonkamer ‘s nachts sluiten, want door de enorme raampartij was Paco al in de vroege uurtjes hyperalert (wat een wonder is, normaal is meneer niet voor negenen uit zijn mand te krijgen, behalve voor eten!) en hoorden we tot vervelens aan toe het opgewonden nagelgetik van dribbelende galgopootjes op een houten vloer. Probeer dát maar eens te negeren, het is alsof je een druppelende kraan hoort, maar dan tien keer versterkt!
Sol deed aan deze hele toestand maar wat halfslachtig mee. Hij probeerde net zo aandachtig te turen als zijn kleine grote broer Paco, maar wist eigenlijk niet waarnáár hij nu keek en gaf het dan maar op. Totdat Paco weer iets dacht te zien en al dribbelend alle ramen afging om zijn “prooi” te volgen.
Er viel dan ook genoeg te zien en te beleven: net als vorig jaar kwam ons huismuisje op gezette tijden rond de schemering een aantal keer voorbijrennen over de veranda, scheerden er vleermuizen door de tuin, huppelden er herten door de bossen en bij iedere laatste ronde ritselden de bosjes en hoorden we het geknor en gesnuif van wilde zwijnen.
Kortom: in en om het huisje vermaak genoeg en dat was maar goed ook, want echt lange wandelingen of uitjes zaten er nog niet echt in voor mij, gezien mijn conditie. Er ging zelfs een legpuzzel mee op vakantie, dus dat wil heel wat zeggen…
Toch gingen we iedere dag wel eventjes weg en op deze bewuste dag was het niet gewoon warm zoals de andere dagen, maar bloedheet!
Ik voelde me echter prima, dus met de nodige braces aan en een rugzakje met water en een koek vertrokken voor een relatief kort wandelingetje. Het viel me niet tegen: ik was niet al te afgepeigerd, niet gevallen en zolang we kalm doorkuierden was het met de zon ook wel te doen.
Sol huppelde vrolijk los mee en Paco liep zoals altijd aan de lange lijn mee.
We waren bijna op het verste punt op onze route en ik keek al uit naar een bankje om weer even te kunnen gaan zitten toen we heel in de verte van het zandpad waar we op liepen een stofwolk zagen die geleidelijk aan groter werd. Iets later zagen we dat het een paard met wagen was die op ons af kwam. Omdat het pad erg smal was en er aan beide zijdes geen mogelijkheden waren om er ver vanaf te stappen, besloten we om dan maar zover mogelijk in de berm te gaan staan, met onze billen zowat in de braamstruiken. We riepen de honden bij ons, lijnden Sol aan en lieten ze even naast ons zitten. Niet omdat ze ook maar enige interesse tonen in paarden (alles groter dan een haas is niet eetbaar, volgens hen…), maar omdat je maar nooit weet of het paard bang voor ze is.
Wij staan daar dus enigszins ongemakkelijk en de mannen zitten totaal ongeïnteresseerd naast ons een beetje de andere kant op te kijken als het paard zijn hoofd naar achter werpt en al iets afwijkt van het pad. Nog voor de menner hem kon bijsturen neemt het paard met wagen en al een scherpe bocht naar links, over een droogliggend slootje en zó het korenveld in wat aan de andere kant van het pad lag.
Je zag het paard alleen nog vanaf de schoft boven het maaiveld uitkomen en achter hem aan hotste en botste de menner die hem tot kalmte probeerde te manen. Het was bijna komisch geweest als ze niet plotseling met een scherpe bocht terug onze kant op kwamen en weer bij de drooggevallen sloot kwamen. Dit keer ging het echter mis: het paard struikelde, de wagen kwam met één wiel in de sloot, sloeg over de kop terwijl de menner er nog op zat.
Gelukkig bleef het paard daarna vrij kalm en ging liggen, met zijn achterbeen nog in de leidsels.
Wij zagen het hele tafereel met open mond aan; het gebeurde allemaal in een flits. Manlief overhandigde mij Sol zijn riem en rende op de man af die nog gedeeltelijk onder de kar lag. Ik liep zover ik kon met de honden weg van de plek waar het paard lag en ging uit het zicht staan, maar er was verdorie nergens een plek waar ik de honden vast kon leggen om te gaan helpen!
Vanaf een afstandje zag ik de menner opkrabbelen, ondersteund door manlief en dat bleek ook wel nodig: hij stond te tollen op zijn benen!
Toch leek het erop alsof iedereen er met een paar kneuzingen vanaf kwam. Na een minuutje bijkomen haastte het oudere Ardense boertje zich naar zijn paard dat hij liefdevol “Bobby” noemde. Snel werd hij uitgespannen en toen Bobby eenmaal bevrijd was van zijn leidsels kwam hij weer staan. Even leek alles in orde, maar toen bleek dat hij een enorme diepe wond in zijn lies had, waarschijnlijk veroorzaakt door een ingesnoerd leidsel!
Ondertussen had ik met veel moeite een ielig boompje in het braambos gevonden waar ik de honden even vast kon zetten (sorry Paco, nood breekt wet…hij háát alles wat prikt of steekt!) en ik keek of ik kon helpen.
Helaas spreken wij amper Frans en de oudere man sprak natuurlijk alleen máár Frans en dan nog met een flink accent. Of hij was nog een beetje groggy van zijn val, dat kon ook…
Hoe dan ook, toen ik een blik wierp op de wond zag het er toch echt wel ernstig uit: een lap vlees hing los en het bloed kwam er in kleine pulserende golfjes uit. Ik bood direct mijn extra omgeknoopte shirtje aan, maar daar wilde het boertje niets van weten. Hij frunnikte zelf wat aan met een lap en een oude spanband terwijl Bobby opmerkelijk rustig bleef staan. Gelukkig maar, want anders was het probleem nóg groter!
Natuurlijk zaten we in the middle of nowhere, maar gelukkig heeft Google overal een antwoord op! Ik zocht snel op “telefoonnummer dierenarts” en gaf de oudere man de telefoon. In plaats van deze aan te nemen wapperde hij met zijn handen en zei iets wat ik niet begreep. Ik probeerde nog uit te leggen dat we hulp nodig hadden, maar tevergeefs.
Ondertussen had mijn man wonder boven wonder op een klein weggetje dat zo’n vijfhonderd meter verderop lag een auto weten aan te houden waarvan de inzittenden niet direct in paniek gas hebben gegeven toen ze mijn man als een gek de weg op zagen rennen!
Helaas bleken ook zij geen woord Nederlands, Duits of Engels te spreken, maar het bleek een alleraardigst jong gezinnetje te zijn dat zeker wel wilde komen helpen. Uiteindelijk heeft de jongeman een dienstdoende dierenarts te woord gestaan en uitgelegd waar we zaten (“Weg naar Nergenshuizen, Middle of Nowhere in Niemandsland”, ja, daar ja!)
Toen de dierenarts kwam ging het gelukkig vrij snel: hij bekeek de wond, belde naar zijn assistent om te komen met een paardentrailer, gaf Bobby een pijnstiller en een kalmeringsmiddel (al dacht ik wel: nog kalmer? Dan valt hij ter plekke in slaap) en begon met het vakkundig verbinden van de wond.
Daar kon hij wel wat hulp bij gebruiken, niet te veel, alleen de staart wat aan de kant houden. Tja…dat zou me wel moeten lukken, maar toen kwamen Bobby zijn galgo-kwaliteiten naar boven: ik gaf hem een geruststellend klopje op zijn bil, Bobby leek dit te waarderen en en hij leunde iets mijn kant op. Dat gaf de dierenarts meer bewegingsruimte om de wond te verbinden, dus ik hield mijn hand op zijn achterste (ehh…van het paard, niet de dierenarts!). Bobby leunde er nóg meer tegen aan en om te voorkomen dat ik niet omviel en de dierenarts werd meegesleurd, moest ik wel wat gaan tegenhangen, wat voor Bobby het signaal was om met zijn volle gewicht tegen me aan te gaan leunen (klinkt bekend nietwaar, beste galgovrienden?)
Gelukkig had ik mijn bionische superbrace om, want anders had mijn been het begeven!
Toen Bobby verbonden was, het bloed van de handen was gewassen probeerden we via de dierenarts (die een ietsiepietsie Engels sprak) te achterhalen wat er volgens het Ardense boertje was gebeurd. De dierenarts keek mij aan, keek naar mijn man (die net weer uit de bosjes kwam met Paco en Sol) en zei dat het paard geschrokken was van de honden. Hij vroeg: “Blaften ze naar het paard? Liepen ze los?” Gelukkig konden we naar eer en geweten antwoorden dat ze niet blaften en keurig aangelijnd naast ons zaten. De dierenarts vertaalde dit naar de menner en deze bevestigde gelukkig ons verhaal.
Gelukkig maar, want als hij het tegendeel zou zeggen is het erg lastig om zoiets te bewijzen! Tegelijkertijd zag de dierenarts ook wel hoe kalm onze honden waren die een eind verderop uit het zicht van Bobby stonden te wachten.
Toch lieten we onze gegevens even achter en vroegen we of we verder nog iets konden doen. De trailer was net gearriveerd en Bobby en zijn baasje werden begeleid naar de weg om samen naar de dierenkliniek te gaan.
Bezorgd vroeg ik nog of alles toch wel goed zou komen met dat brave paardje, en gelukkig kon de dierenarts dat beamen. De wond moest worden schoongemaakt, er zouden heel wat hechtingen nodig zijn en daarna rust en wat liefde. Toen ik nog even omkeek naar Bobby en zijn baas wist ik dat dat wel goed zou komen!
Echter…dit hele voorval duurde minstens twee uur. In de volle zon, amper kunnen zitten en het water dat we bij hadden was gebruikt om het bloed van onze handen te wassen!
De enige die nog fit waren, waren Paco en Sol, die in de schaduw hadden gelegen en zich werkelijk keurig hadden gedragen en geen kik hadden gegeven zonder ons!
Ik sléépte me werkelijk naar onze auto, die wel kilometers verder leek te staan dan het korte stukje dat we eigenlijk nog moesten.
Eenmaal thuis gingen de braces uit, nam ik een liter water tot me en kroop ik uitgeput in bed. Dat was me het dagje wel!
En net toen ik bijna in slaap was gevallen hoorde ik opeens: Tik..TIK..Tiktik..tikkerdetiktiktik!
Oh nee! Páco! Maar de gordijnen waren toch dicht? Ik sleepte me uit mijn bed en keek de woonkamer in. Daar stond mijn langneus: hij had ontdekt dat hij gerust zijn kop tussen de gordijnen door kon steken om zijn getuur nog úren te kunnen volhouden. Maar soms had hij een beter uitzicht vanuit die hoek en dan húp, moest hij weer naar die kant en… TikTikTikTik.
Aaaaaaaargh!

Weinig uitgeruste vakantiegroetjes,

Lonneke