Twee jaar Mali, de ‘timide’ galgo

Het is bijna twee jaar geleden dat we onze laatste pleeghond in huis namen, de ‘timide’ Mali. Ik zet timide tussen aanhalingstekens omdat ze dat inderdaad wel is, maar alleen aan het allerdunste buitenkantje. Het is een flapdrol eerste klasse, de meest impulsieve mafkees en een hond vol issues. Je vliegt van een schaterlach in een boze bui bij haar als ze achtereenvolgens iets grappigs en schattigs doet en daarna het buurmeisje boos aanblaft omdat die langs de oprit loopt. Mali was een jaar een pleeghond bij ons en nu een jaar eigen hond. In de eerste week dacht ik niet lang van haar te kunnen genieten. Ik dacht dat ze snel geplaatst zou worden. Dat schattige mooie koppie, dat (hele dunne) laagje timide gedrag, dat haar er kalm en rustig uit deed zien. Na een half jaar wist ik wel dat het lastig ging worden en na een jaar durfde ik haar gewoon niet meer weg te laten gaan, uit angst dat ze niet begrepen zou worden of verkeerd aangepakt zou worden.

Maar… pakken wij haar wel goed aan? Ik heb soms het gevoel haar totaal niet in de hand te hebben. Als ze iets goors aan het snoepen (bleugh) is in het veld en ik haar steeds harder brullend bij me roep, haar vervolgens ga halen en ze dan met die guitige oogjes net van me wegrent, dan neig ik ernaar haar zo weer in de etalage te zetten. Natuurlijk duurt dat niet lang want Mali is ook enorm schattig en ontzettend grappig. Ik heb zelden zo hard en zo vaak gelachen om een hond als om haar. De komische factor is enorm. Als we dat vertellen aan mensen en ze kijken naar die bange bult in de hoek, krijgen we opgetrokken wenkbrauwen te zien. Die hond? Grappig? Ze is zielig en bang!

En dan trek ik mijn wenkbrauwen op. Er is geen zielige snorhaar te vinden op die hond. Ze blaft de buren boos aan, ze jaagt angstige honden het veld over, ze piept moord en brand als zij degene is die opgejaagd wordt door een enge (lees: normale) hond, ze jat alles wat eetbaar is, trekt de meest sneue kop als ze niet ook Omars bak mag leeg eten, nadat die van haar al binnen drie seconden op is en slaat regelmatig een poot op de poedel, omdat ze dat grappig vindt. Ze moet aan elk graspolletje snuffen waar Omar snuft, op precies dezelfde plek. Maar ze doet dat niet zo elegant en beukt Omar aan de kant met die dikke buik van haar, zodat Omar maar weer naar een volgende boeiende snuffelplek loopt, Mali achter hem aan dribbelend. Omar heeft een eeuwige schaduw en je hoort hem zuchten als ze weer dicht tegen hem aan kruipt op de bank of die dikke kont boven op zijn poten plant.

Onze wervelwind, onze brutale snotaap (van 9 jaar!), onze onplaatsbare bangebroek, onze Jekyll & Hyde. Bang voor bochten, boos op buren. Dol op Omar en eten mogelijk in andere volgorde. Je weet wat ze zeggen, je krijgt niet de hond die je wilt, je krijgt de hond die je nodig hebt. We leren het samen wel, Mali en wij.