SOS meneer Blue-Rain

Het was een prachtige zomerse dag geweest.
Ze hadden met z’n allen de hele dag in de tuin geluierd;
Juffrouw Jetje, tante Fanny, Kendall en Monte.
Lekker onder de takken van meneer Blue-Rain gelegen. Op een kussentje! Heerlijk!
Geen enkele parasol kon zo schitterend het zonlicht filteren als meneer Blue-Rain.

De dag ten einde, het begon te schemeren, een teken dat de zon ging sluiten!
“Gaat ze elke avond aan de oplader? Of schijnt ze op batterijen?” wilde Monte weten.
Daar kon Kendall niet zo gauw een antwoord op geven. Hij zou eens rond vragen.
“Je hoeft niks rond te vragen want ik weet hoe het zit: ze schijnt van zichzelf!
Gewoon, helemaal van zichzelf en uit zichzelf.
Niemand weet hoe ze het doet, maar ze doet het. Elke dag opnieuw. Al eeuwen.”
Jet was even gestopt met het poetsen van haar vacht om Kendall antwoord te geven.
Ze keek Kendall even aan om te zien of hij het begrepen had, het leek erop.
En dus poetste ze weer verder. Een dagje buiten liggen was heerlijk maar het gaf ook veel pluis en wanorde in de vacht!

Nadat ze hadden gesmuld van hun avondeten, trokken ze zich terug, elk op zijn eigen plekje om even het eten te laten zakken.
Kendall en Monte naast elkaar op hun kussen, juffrouw Jetje op de leuning van de bank waar speciaal voor haar een plaid was klaar gelegd en tante Fanny verdween naar boven naar het grote bed.
Dat was haar uitbuik-plekje.

Een paar uurtjes later was iedereen weer van de partij: tijd om aan de avond te beginnen. De jongens kozen voor een wandeling, Fanny bleef nog wat doezelen op het grote bed en Jet besloot in de tuin een algehele inspectie te houden. Een inspectie met de nadruk op het betrappen en verjagen van vreemde individuen. Want daar heeft Jet een gruwelijke hekel aan!
Jet vond een rustig plekje om te liggen in een van de tuinstoelen.
Ze luisterde naar de geluiden van de vallende avond, sloot haar ogen maar bleef alert.

“Joehoe, daar zijn we weer!” de tuinpoort ging open en de jongens kwamen in volle vaart langs haar gerend. Met twee grote sprongen waren ze binnen.
Moe en voldaan ploften ze op hun kussen en in minder dan drie tellen sliepen ze.
Jet tuurde en luisterde; het was bijna helemaal stil. Alleen in de verte klonk heel zacht gerommel.
Het weer ging veranderen, ze voelde het.
Voorlopig lag ze nog heerlijk rustig onder het afdakje.
Jetje houdt van rust. Ze houdt niet van wild en herrie en alles wat erbij hoort.
Jetje rekte en strekte haar slanke lijfje, geeuwde langdurig en rolde zich daarna weer op in haar stoel. Een dutje doen in de warme avondlucht, wat is er heerlijker dan dat!

Hoe lang ze had geslapen wist Jet niet maar ze schrok wakker van het geluid van regendruppels op het dak van de schuur. Het was donker en het waaide hard.
Ze hoorde Jan de Wind om de schuur en door de tuin gieren. In het huis waren de lampen al aan en ook de televisie. Eigenlijk best knus om met deze regen en wind om me heen, hier nog even warm en veilig op een kussentje te liggen, dacht Jet bij zichzelf.
Ze vouwde haar voorpootjes onder haar lijfje, kneep haar ogen tot spleetjes en zachtjes begon ze te spinnen.

Steeds harder raasde Jan de Wind; hij had zin om weer eens een lekkere ouderwetse harde storm rond te blazen. Grote donkere regenwolken blies hij voor zich uit.
Alle bomen, struiken en bloemen zetten zich schrap. Ze wilden liever niet omver geblazen worden. Steeds overmoediger werd de Wind, hij blies harder en harder en nóg harder….hoeiiiiiii…..hoeiiiiiii…..klonk het.
Ineens dacht Jet dat ze iets hoorde…even goed luisteren….ja, ze hoorde zacht gekreun.
“Aiiiii, ai, ai …au….au…” klonk het zachtjes. Jet spitste haar oren, ze kende die stem!
Het was de stem van meneer Blue-Rain!
“Wat is er meneer Blue-Rain?” vroeg ze aan de stokoude boom.
“Help. Help me asjeblieft, ik kan mijn takken niet langer dragen, mijn draag-armen zijn niet sterk genoeg meer. Nu Jan de Wind zo hard raast en tiert en de regen blijft kletteren, dan worden mijn takken met zoveel nat gebladerte te zwaar om te dragen. Ik ben bang dat ik zometeen zal breken. Help, help me…”
Jet aarzelde geen moment; ze sprong van haar stoel, rende naar de tuindeur, ging aan de klink hangen en direct werd de deur open gemaakt.
“Kom snel allemaal, SOS voor meneer Blue-Rain! Hij kan zijn takken niet meer omhoog houden!
SOS, kom sn-è-è-è-lllll!”

Kendall en Monte renden achter Jet aan. Onder het afdakje stonden ze droog en maakten ze een plan hoe ze meneer Blue-Rain konden helpen.
“We gaan je takken vastbinden zodat jij ze niet meer omhoog hoeft te houden. We gaan ze stutten. Ondersteunen is dat. Vind je dat een goed idee?” riepen de jongens naar boven.
O ja, dat vond meneer Blue-Rain een uitstekend idee.
“Waar halen we touwen vandaan?” zeiden ze allebei tegelijk.
Ineens wisten ze het; in de garage hangt een kapstok met heel veel riemen en halsbanden van overleden vrienden. Die gingen ze gebruiken!
Zo gezegd, zo gedaan. De takken met het meeste gebladerte werden flink omhoog geduwd en vastgebonden. Binnen een half uurtje was de klus geklaard.
Meneer Blue-Rain bedankte iedereen voor alle hulp, hij was er een beetje verlegen van geworden.
“Het spreekt toch vanzelf, daar zijn we toch vrienden voor!” zei Jet. Waarna ze wederom haar vacht begon te poetsen. Dit keer omdat haar haren recht overeind stonden vanwege de regen. Maar ze vond het niet erg, welnee, als een vriend in nood is, dan is een natte vacht krijgen niet belangrijk, dan moet je helpen!

Toen de volgende dag de zon weer ging schijnen waren Jan de Wind en de regen al lang vertrokken. “Wat is hier gebeurd?” wilde de zon weten toen ze de riemen en halsbanden tussen de takken van meneer Blue-Rain zag. “Geintje gisteravond, Jan de Wind had een stormachtige bui. Jet en de jongens hebben me helpen stutten omdat ik het gewicht van het natte gebladerte niet langer kon dragen” legde meneer Blue-Rain uit.
“O juist ja.” De zon knikte begrijpend en vervolgens begon ze extra warm op de draag-armen, de overige takken en de bladeren van meneer Blue-Rain te schijnen.
Hierdoor was hij snel weer helemaal droog.
En….door de extra zonnestralen had madame Rosa haar eerste 3 bloemen in bloei!
Het zou weer een mooie zomerse dag worden…..


Mieke